Ik kreeg een brief van Siegfried Bracke
In mijn droom verscheen Siegfried Bracke aan mij, en hij schreef mij een brief. Bij het ontwaken, heb ik hem meteen uitgeschreven:
Goede Stijn,
Als ik het internet erop nalees, en ik lees dat een brief van mij krijgen voor jou de ultieme erkenning zou zijn, dan weet ik het zo ongeveer. Als ik ook nog wat tweets zie rondvliegen, weet ik het zeker: er zijn werkelijk kosten aan jou, zoals men dat pleegt te noemen. Al moet ik jou, goede Stijn, tegelijk bedanken: ik neem aan dat het geen vergetelheid is om deze keer mijn Gentse afwezigheid onvermeld te laten. Stijn, je gaat erop vooruit, en als ik dat zeg, zal het wel waar zijn.
Ten gronde is jouw stelling dat een brief van mij krijgen een erkenning is, natuurlijk waar. Ik ben een zeer begenadigd briefschrijver, net zoals ik een geniaal journalist was en een ongelofelijk goed parlementslid ben. Ik weet het: het is van voor jouw tijd, maar Franklin D Roosevelt zei over erkenning al: Geen enkele democratie kan lang bestaan als zij niet, als fundament voor haar bestaan, de erkenning van de rechten van minderheden accepteert. Het spreekt voor zich dat ik het daar niet mee eens ben. De meerderheid moet domineren, ook als ze maar 27 procent van de zetels van 60 procent van het geheel heeft. En de minderheid, zeker als zij werkschuw en anderstalig is, moet niet teveel complimenten hebben, om een groot socialistisch voorman te parafraseren.
Ik weet het, je verwijt mij opportunisme. Je gelooft niet echt dat ik vastberaden geloof in de missie van de NVA, dat ik een echte militant ben van mijn partij. En toch, goede Stijn, en toch zal je het moeten geloven. Ik ga toch niet zomaar in die paarse poel van bakfietsend verderf handjes schudden met van die vreemd pratende Termont-klonen. Denk je dat ik voor de lol op al die niet eens halfinteressante vragen van ex-collega’s ga zitten antwoorden in de Zevende Dag? Maar ik begrijp dat wel. Het moet voor jou knap vervelend zijn dat ik in al mijn glorie zomaar eventjes vanuit het niets kandidaat-gouwleider zal zijn. Ik, Siegfried I van Gent.
Schaarste
Maar laat ons eens inzoomen op dat Gent van jou. In Gent zijn er vele jonge tweeverdieners die geen kinderopvang vinden. Die moeten dan in de krant lezen dat de stad Gent voor inburgeraars wel 50 extra plaatsen voorziet. En dan komt de ideologie: voor wie ga je dan zorgen, in een situatie van schaarste waarin je moet kiezen wie eerst komt? Voor de inburgeraars? Voor de werkende jonge mensen? Het stadsbestuur maakt de keuze voor inburgeraars, maar ik ben het daarmee roerend oneens. Ik beken dat ik daarbij klassevol heb verzwegen dat datzelfde stadsbestuur al honderden extra opvangplaatsen creëerde de afgelopen 5 jaar. Maar goed, we kennen dat journaille van tegenwoordig, niemand die dat soort slimmerige opmerkingen durf te maken natuurlijk. Ja, het volk krijgt zijn media die het verdient.
Overal waar ik kom – met dank aan alweer Etienne Vermeersch – zeg ik dat we Vlaming zijn omdat we dezelfde gazetten en boekskes lezen, dezelfde televisie kijken, dezelfde verhalen kennen. Dat zijn de imagined communities, zoals de geleerden dat zeggen. In die zin hebben de VRT en VTM de voorbije twintig jaar voor de Vlaamse Beweging meer gedaan dan alle politieke partijen samen. Waarmee ik eigenlijk wil zeggen dat die Turken van de Sleepstraat, die Zaman lezen in plaats van De Gentenaar, geen deel zijn van mijn gemeenschap. Net als die Franstalige bourgeois met La Dernière Heure, de Brugge-supporter met zijn Olympos-boekske, die vervelende studenten met hun Schamper, de linkse ratten met hun Spots, enzovoort. Eigen boekske eerst. Hahaaaa, da’s een goeie, hé? Je ziet, goede Stijn, ik heb ook nog een fijnbesnord gevoel voor humor.
Maak je dus geen zorgen, identiteit is er, en vanzelfsprekend heeft die vele lagen, en die zijn, toegegeven, deels individueel. Ik ben (een welhaast emotionele) Europeaan (én anti-communist) geworden door vóór 1989 in het Oostblok te reizen. En ik ben pas helemaal Gentenaar geworden in de vijf jaar dat ik in Mol heb gewoond. Dat laatste is een boutade die ik zelf niet helemaal snap, maar het klonk zo goed toen ik het opschreef, dat ik het maar laat staan. Het heeft iets mysterieus, iets mystieks welhaast.
Pestbelastingen
Het zou trouwens interessanter zijn van gedachten te wisselen over waar we economisch naartoe willen. Ik heb John Crombez gezien in De Zevende Dag. Hij vindt dat de banken nu wel genoeg gesmost hebben met belastinggeld. Hij vindt dat de banken niet meer mogen gooien met bonussen om een paar maanden later failliet te gaan. Iedereen weet dat dat gewoon een verdoken lastenverhoging is voor de banken. Als ze niet meer mogen knoeien met belastinggeld, dan moeten ze wel zelf meer belastingen betalen. Jullie noemen dat een correcte bijdrage, ik vind dat een pesterij, een economische rem, een socialistische dada die de hardwerkende bankiers viseert.
Maar ach, wat jullie ook zeggen, goede Stijn: wij laten de Vlamingen inzien dat het in de Belgische politieke context bijzonder moeilijk wordt de toekomst van de komende generaties veilig te stellen. Vanwege andere meningen in het zuiden des lands over economie, justitie, asiel, migratie, democratie. Die meningen liggen zo ver uit elkaar, dat ze onverzoenbaar zijn. Wij gaan er alvast vanuit dat Wallonië voor altijd het zwakke broertje blijft en niets aan ons perfecte Vlaanderen kan bijdragen. Niet financieel, niet economisch, niet toeristisch, niets niemandal. Weg daarmee! Volk wordt eindelijk staat! Een staat van sociale afbraak, jazeker. Dalrymple geeft gelijk: uitkeringen zijn harddrugs. Laat ons doen zoals in de UK: snoeihard besparen en inkrimpen. Als 1 op 4 jongeren daardoor werkloos wordt, dan is dat jammer. Het is een pil die zij dan maar moeten slikken op weg naar de algehele eindgenezing van deze maatschappij. De finale oplossing van het wansmakelijke gedrag van het Waalse profitariaat, van de leegzakken, … Oei, sorry voor het vlekje in de rand van deze brief, het schuim kwam even uit mijn spreekwoordelijke bek gevlogen.
Ach, beste Stijn, ik begrijp het wel: jij bent nog relatief jong. Ik heb voor een stuk medelijden met je. Ooit kom je wel tot het besef. Weet dat je dan welkom bent bij ons, bij het échte Vlaanderen.
Tot dan en van harte
Jouw Sieg
(voor wie het enige passages herkent, en voor de volledigheid: Siegfried had in mijn droom nog maar pas zijn brief aan Mathias De Clercq afgerond, vandaar wellicht enige gelijkende passages)
(deze brief verscheen ook op Gent is Troef)





